Project afvallen #3: de druk stijgt

Ik heb de afgelopen weken zo ontzettend veel leuke reacties van jullie gekregen op de eerste twee blogs over mijn ‘project afvallen’. Dat geeft de burger moed! Maar ik heb tegelijkertijd het gevoel dat er nu van alle kanten over mijn schouders wordt meegekeken. Pfff… de druk neemt dus toe. Zo was ik vorige week zondag op een examenfeestje en daar lonkte een heuse friettent. Een gezellige (calorierijke) BBQ vers in herinnering en de schare gasten om me heen zorgden er wel voor dat ik het uit mijn hoofd heb gelaten om een zakje friet te scoren. Lonk maar lekker lieve friettent, je lokt mij níet uit mijn tent! Dankzij mijn goede mindset kan ik op zo’n moment gelukkig ook streng zijn voor mezelf.

Terwijl het aan de ene kant superleuk, maar ook bijzonder confronterend is al die belangstelling van jullie, is het voor mij ook een fantastische stok achter de deur. Het geeft me vooral moed om door te zetten. Ik heb zo’n stok nodig, een doel. Net zoals ik vorig jaar voor het eerst meedeed aan de Marikenloop. Ik wist dat ik die dag 10 km moest kunnen rennen. Daar werk ik dan keihard naar toe en dan haal ik mijn doel ook. Net zoals ik nu die laatste love handle-kilo’s voor mijn 45e verjaardag serieus kwijt wil. Al die ‘stokken’ helpen me daarbij, waarvoor hartelijk dank!

Ik vertelde je de vorige keer al dat ik de eerste 2 kilo kwijt ben. Die zijn er trouwens nog steeds vanaf. Maar kilo’s ‘zeggen’ zo weinig. Ik merk mijn eerste succes vooral aan de centimers die ik kwijt ben en dat voel ik echt, dat is tastbaar. Nu klinkt het misschien alsof het verliezen van die eerste 2 kilo een eitje was, maar ik zal jullie bekennen: de eerste maand was best heel zwaar. Ik was alleen nog maar bezig met eten, 24 uur per dag. Niet letterlijk natuurlijk. Continu spookte het door mijn hoofd: “Wat mag ik eten vandaag? Wat mag ik naar binnen werken?” Het hield níet op. En het kost ook serieus tijd om je weg hierin je vinden. Inmiddels kan ik je zeggen wat voor mij werkt.

1. In de eerste plaats moet je koelkast altijd gevuld zijn met gezonde producten. Dat betekent dat je ook moet weten wat je wilt eten en daarvoor moet je alles in huis hebben. Ik heb tegenwoordig een standaard boodschappenlijstje; met deze spullen kan ik een week lang de lekkerste en vooral gezondste gerechten op tafel toveren (eerlijk is eerlijk: met dank aan Angelika en haar brilante recepten):

❤ Noten
❤ Dadels
❤ Magere kwark
❤ Fruit (aardbeien en watermeloen in ieder geval)
❤ Gelatine
❤ Vis
❤ Groente om te grillen (paprika, courgette, aubergine en champignons – ik lust echt geen tomaten)
❤ Broccoli
❤ Bloemkool
❤ Gedroogde tomaten
❤ Parmezaanse kaas
❤ Rosbief
❤ Hüttenkäse
❤ Zoete aardappelen
❤ Kipgehakt
❤ Flessenpompoen
❤ Eieren
❤ Lenteuitjes
❤ En heel veel water (nog een bekentenis: ik genoot tot voor kort volop van light frisdranken, maar dankzij dit afvaltraject ben ik lichtbruisend water gaan waarderen, het liefste ijskoud).

2. Ik heb een receptenschriftje. Dat is mijn heiligdom. Gisteravond was ik het bijvoorbeeld kwijt, dus dat zorgde even voor lichte paniek. Maar het is weer terecht. Waarom is dit receptenschriftje zo belangrijk voor mij? Omdat het simpelweg te veel tijd kost om iedere dag op internet eerst een recept op te zoeken. Dus schrijf ik al mijn favoriete recepten op in mijn schriftje. Het voordeel is dat ik het dan meteen kan aanpassen. Veel recepten zijn bijvoorbeeld voor 4 personen en ik pas de hoeveelheid ingrediënten dan meteen aan voor 1 persoon als het iets is wat ik echt alleen voor mezelf maak. Een ander voordeel: als je zelf het recept opschrijft, zit het ook in je hoofd. Het maakt deel uit van je mindset. Ideaal dus. Misschien is zo’n receptenschriftje ook wel iets voor jou?!

Binnenkort heb ik weer een evaluatie met Angelika, dus verheug je alvast op het verslag hiervan. Wordt vervolgd (misschien wel pas na de zomervakantie)!